‘Als het even kan, vermijd nachtwerken dan’

Ruim 1,2 miljoen Nederlanders werkten vorig jaar soms of regelmatig in de nacht. Dat is 13,5 procent van de beroepsbevolking, blijkt uit een berekening van het CBS. Maar wat doet nachtwerken nu eigenlijk met je lichaam en heeft het een negatieve invloed op je gezondheid? 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: nachtwerk leidt tot gezondheidsproblemen op de lange termijn. Zo concludeerde de Gezondheidsraad in een rapport uit 2017 dat er sterk bewijs is voor de relatie tussen nachtwerk en hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en slaapproblemen. 

Na veertig jaar nachtdiensten kan ongeveer 21 procent van de gevallen van diabetes type 2 bij nachtwerkers worden verklaard door het nachtwerken, berekende de Gezondheidsraad. Bij hart- en vaatziekten is dat 23 procent.  

Daarnaast leidt lichamelijke activiteit en blootstelling aan licht in de nacht tot slaaptekort, concentratieproblemen, ongelukken op het werk en afnemende werkprestaties. Mensen zijn dagdieren en met nachtwerken gaan ze dus eigenlijk in tegen hun biologische klok. Zo gauw het donker wordt, maakt ons lichaam melatonine aan, een hormoon dat ervoor zorgt dat we slaperig worden. Lichaamstemperatuur, hartritme en bloeddruk gaan omlaag. In de ochtend gebeurt precies het tegenovergestelde door de aanmaak van het hormoon cortisol.  

Griep- en luchtwegklachten
Over de relatie tussen nachtwerk en hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en slaapproblemen is iedereen binnen het onderzoeksveld het wel eens”, zegt RIVM-onderzoeker Bette Loef. Zelf deed zij onderzoek naar de invloed van nachtwerk op de gezondheid, leefstijl, en afweer van zorgverleners, de grootste groep nachtwerkers. Ze promoveerde daar vorig jaar september op aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Loef deed haar onderzoek, uitgevoerd vanuit het RIVM en Amsterdam UMC, onder 600 medewerkers van zes Nederlandse ziekenhuizen. “Die hebben we een half jaar lang gevolgd tijdens het griepseizoen van 2016-2017. We hebben ze gevraagd om dagelijks via een dagboekje op hun smartphone bij te houden of ze griep en luchtwegklachten hadden. Binnen de onderzoekspopulatie werkte een deel wel en een deel geen nachtdiensten.” 

“Wij waren in ons onderzoek specifiek geïnteresseerd in overgewicht en metabole risicofactoren (toename van lichaamsgewicht of een verstoorde suiker- en vethuishouding, red.) en infectieziekten. Naar dat laatste was tot dusver vrijwel geen onderzoek gedaan in combinatie met nachtwerken”, vertelt Loef. “Wij veronderstelden dat het wel een logisch effect zou zijn, omdat nachtwerk je biologische klok verstoort en het immuunsysteem ook een soort biologische klok volgt. Als die verstoort raakt, zo vermoedden wij, neemt ook de kans op infectieziekten toe.”

Dat bleek ook het geval, want volgens Loefs onderzoek hebben zorgverleners die regelmatig nachtdiensten draaien 20 procent meer kans op griep- en luchtwegklachten dan hun collega’s die alleen overdag werken. Om deze gezondheidseffecten te verklaren, deed Loef ook onderzoek naar de leefstijl van de groep zorgverleners. “We hebben gekeken naar slaap, voeding en bewegen. Bij voeding en bewegen vonden we weinig verschillen tussen de dag- en nachtwerkers, maar op het gebied van slapen wel. Nachtwerkers beoordeelden hun slaapkwaliteit vaker als slecht en deze slechtere slaapkwaliteit verklaarde een deel van het verhoogde risico op griep- en luchtwegklachten onder nachtwerkers.” 

Copingmechanisme voor slaaptekort
Volgens Loef sliepen nachtwerkers over het algemeen niet minder uren dan hun collega’s die alleen dagdiensten draaiden, maar sliepen ze tijdens de periodes van nachtdiensten wel korter en probeerden ze dat te compenseren door voorafgaand en na afloop van die periodes juist meer te slapen. “Dat lijkt op een soort copingmechanisme om dat slaaptekort toch op te vangen, maar je kunt je voorstellen dat het voor je biologische klok en je eigen ritme niet bevorderlijk is om zo te fluctueren in die slaapuren.” Loef stelt dat het verbeteren van de slaapkwaliteit van nachtwerkers een nuttig aanknopingspunt kan zijn voor toekomstig interventieonderzoek. 

Artsen, verzorgenden, sociaal werkers en verpleegkundigen zijn de grootste groepen nachtwerkers op dit moment, maar Loef ziet ook steeds meer nachtwerk op plekken waar ze dat helemaal niet had verwacht. “Bij de pakketbezorging bijvoorbeeld. Als je voor elf uur een pakketje bestelt en dat de volgende dag in huis hebt, zit daar nachtwerk aan vast. Ik heb het ook gezien bij een bedrijf dat fotoboeken drukt. In de zomermaanden hadden ze het zo druk dat ze ’s nachts doorwerkten om die boeken op tijd te leveren. Veel mensen beseffen dat niet. En je vraagt je ook af: Is het echt nodig of kun je prima een dag later je pakketje of je fotoboek krijgen?”

Loef vertelt dat ze tijdens haar onderzoek ook wel mensen is tegengekomen die het heerlijk vinden om ’s nachts te werken. “Het ritme past bij hun leven. Overdag zorgen ze voor de kinderen en ’s nachts kunnen ze werken. Het is voor deze groep belangrijk om te weten dat er gezondheidsrisico’s mee gepaard gaan, want als je meer kans hebt op aandoeningen is nachtwerken zeker slecht voor je gezondheid. Als individu kun je daar misschien niet zoveel mee, maar als werkgever en maatschappij als geheel wel.”

Bron: CBS

Richtlijn voor bedrijfsartsen
Hoewel we steeds meer weten over de gezondheidsrisco’s van nachtwerken, is er minder bekend over wat we moeten doen om die risico’s zoveel mogelijk te beperken. De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de beroepsvereniging van en voor bedrijfsartsen, heeft daarom de richtlijn Nachtwerk en gezondheid opgesteld. Volgens Loef, die zelf ook betrokken was bij het opstellen van deze richtlijn, is het rapport van de Gezondheidsraad daarbij als uitgangspunt gebruikt.

Het eerste punt in de richtlijn is: als het even kan, vermijd nachtwerken dan. “Voordat je allemaal dingen uit de kast gaat halen om mensen gezonder nachtwerk te laten doen, moet je eerst kijken of nachtwerken überhaupt wel noodzakelijk is. En als dat wel zo is, is er dan een hele ploeg nodig of kan het ook met een paar mensen?”

Een volgende stap is dat je kijkt naar de roosterindeling. “Mijns inziens is elk rooster met nachtwerk erin geen goed rooster, maar als het niet te vermijden is, kun je een rooster wel zodanig inrichten dat het minder schadelijk is”, stelt de RIVM-onderzoeker. ”Er is bijvoorbeeld steeds meer wetenschappelijk bewijs dat een voorwaarts roterend rooster beter is dan een achterwaarts roterend rooster. Bij een voorwaarts roterende rooster ga je van ochtenddienst naar avonddienst en daarna naar nachtdienst. Een achterwaarts roterend rooster werkt extra verstorend voor de biologische kok.” 

Enkele andere vuistregels voor gezonder roosteren die in de richtlijn van de NVAB worden genoemd, zijn dat je niet meer dan twee à drie nachtdiensten achter elkaar hanteert en dat een nachtdienst niet langer dan acht uur duurt. In de richtlijn staat niet tot welke leeftijd je mensen nachtwerk kunt laten doen. “De individuele verschillen zijn groot en het is ook heel erg afhankelijk van de sector. Er is vooralsnog geen wetenschappelijk bewijs om daar een harde richtlijn aan te verbinden. Maar het vermoeden is wel dat hoe langer iemand nachtwerk doet, hoe groter het risico op gezondheidsproblemen. Je ziet ook dat oudere mensen meer moeite hebben met de gevolgen van nachtwerken.”

Verantwoordelijkheid bij werkgever
Waar kun je nu op letten als nachtwerker om die nachtdiensten zo gezond mogelijk door te komen? “Iedereen heeft natuurlijk baat bij een gezonde leefstijl, dus goed eten, goed slapen en voldoende bewegen. Voor nachtwerkers is het misschien nog wel extra belangrijk om daar rekening mee te houden, omdat zij in hun leven een soort extra risicofactor hebben. Zorg ervoor dat je slaapkamer goed verduisterd is als je overdag slaapt en dat je geen last hebt van omgevingsgeluid. En let op met cafeïne en alcohol vlak voor het slapen gaan. Slaappillen raden we af, omdat je bij incorrect gebruik van melatonine je ritme juist kan verstoren. Zonder begeleiding van een arts kan dat alleen maar meer schade aanrichten.“

Loef vraagt zich wel af in hoeverre een individu echt invloed kan uitoefenen op de gezondheidsrisico’s van nachtwerken. Ze vindt dan ook dat de grootste verantwoordelijkheid bij de werkgever ligt. “Die moet goed kijken naar de  arbeidsomstandigheden. Zijn die ’s nachts net zo goed als overdag? Hoe zit het met de roostering? De bedrijfsarts heeft een belangrijke adviserende rol en moet per individu de risicofactoren in de gaten houden, zodat er tijdig kan worden ingegrepen als er iets mis dreigt te gaan. Overstappen naar dagwerken kan dan een optie zijn.” 

Meer informatie over nachtwerken is te vinden op de themapagina van de NVAB en de nachtwerkpagina van het RIVM.