‘We bieden bij LIOF een omgeving die stimuleert tot ontwikkelen’

“We hebben geen vaststaand vitaliteitsprogramma bij LIOF, maar wel een beleid dat zich richt op duurzame inzetbaarheid. En daarin is vitaliteit één van de hoofdonderwerpen”, zegt Anabel Rodrigo Rama, hr-manager van de regionale ontwikkelingsmaatschappij in Limburg. LIOF scoorde vorig jaar een 8,2 op het gebied van werknemerstevredenheid en het verzuim is er heel laag.

“De wereld om ons heen verandert. We moeten langer werken en dus wil je je werknemers een bepaalde wendbaarheid meegeven”, stelt Rodrigo Rama. “Want als je medewerker niet wendbaar is, ben je dat als organisatie ook niet. En dan verlies je het sowieso.”

Ontwikkeling is daarom het grote speerpunt bij LIOF. “Dat kan door opleiding en ervaring, maar ook door gesprekken met leidinggevenden en door werknemers ruimte te bieden in hun functie”, aldus de hr-manager. “Wij scheppen het kader, maar de werknemer heeft de zelfstandigheid en autonomie om invulling te geven aan zijn functie. Daarvoor moet hij wel fit zijn, zowel lichamelijk als geestelijk.”

Volgens Rodrigo Rama houdt het allemaal verband met hoe je tegen het werkgeverschap aankijkt. “Met alleen werk bieden kom je niet ver. We werken hier met allemaal hbo en universitair opgeleide mensen, dus die zijn extra kritisch. De meesten vinden gezondheid sowieso heel belangrijk, dus er wordt ook wel iets van je verwacht als werkgever.”

Vitaliteitscoaches
LIOF heeft zo’n vijftig werknemers op twee kantoren in Maastricht en Venlo. “In 2018 zijn we gaan nadenken hoe we onze mensen in beweging konden houden”, vertelt Rodrigo Rama. “Het jaar erop begonnen we met het project benVitaal. Iedereen kreeg een uitgebreid Periodiek Medisch Onderzoek aangeboden, met vragenlijsten over leefstijl en loopbaan, maar ook gesprekken met vitaliteitscoaches. Die gesprekken hebben collega’s als zeer waardevol ervaren. Het ging niet alleen over je lichamelijke en geestelijke fitheid, maar ook over de fitheid van je loopbaan: hoeveel energie krijg je van je werk?”

Van de 50 medewerkers deden er 37 mee aan het vrijwillige project, dat volgens Rodrigo Rama wel wat teweeg bracht binnen de organisatie. “Er werd meer dan ooit gesproken over gezondheid en ineens hadden veel mensen een stappenteller en wilden ze van elkaar weten hoeveel stappen ze al hadden gelopen. Dat was leuk om te zien.”

“Er zijn later ook spontaan hardloopclubjes ontstaan. Die hebben we gefaciliteerd door ze onder werktijd te laten starten. Tijdens de Tour de France van dit jaar spraken collega’s af om samen te gaan wielrennen. De ene groep startte bij het kantoor in Maastricht en de andere in Venlo. Ze spraken dan ergens in het midden af op een terras.”

Natuurlijk zijn er ook altijd mensen die wat moeilijker in beweging te krijgen zijn en dat vindt Rodrigo Rama best lastig. “Mensen die al bezig zijn met gezondheid melden zich wel aan voor een traject als benVitaal, maar juist de mensen die het nodig hebben blijven wat achter. We hebben daar hele discussies over gehad. Moet je mensen dwingen? Moet je ze nog meer bewust maken? Ik denk dat het uiteindelijk toch hun keuze moet zijn. Je kunt alleen proberen ze erbij te betrekken.”

Gevoed met ideeën
Rodrigo Rama merkt dat de werknemers bij LIOF nadenken over hun carrière en dat ze enthousiast zijn over het beleid. “Je ziet het ook in kleine dingen. Er worden alternatieven bedacht voor de vele vlaaien bij traktaties en vorig jaar zei iemand: ‘Ons kerstpakket is wel leuk, maar niet zo gezond’. Dan betrekken we die persoon erbij: ‘Ga maar eens kijken wat we kunnen veranderen’. Ik word vaak vanuit de organisatie gevoed met ideeën, waardoor ik het gelukkig niet allemaal zelf hoef te bedenken”, lacht de hr-manager.

“Daarnaast hebben wij een heel laag verzuim. Als wij zien dat mensen op hun tenen beginnen te lopen of moeilijk grenzen kunnen stellen, gaan wij heel snel met ze in gesprek en bieden we hulp aan, bijvoorbeeld door middel van een coach.”

“Door corona is de aandacht voor vitaliteit wel wat verslapt, terwijl we er juist meer aandacht aan moeten geven”, zegt Rodrigo Rama. “Ik werd er door een collega op geattendeerd dat de mensen die nog op kantoor werkten vaak maar weinig beweging hadden. We hebben ze lunchpakketjes aangeboden om ze te stimuleren te gaan wandelen tijdens de pauze. Nu moeten we weer allemaal volledig thuiswerken, maar daarna pakken we dat weer op.”

Rodrigo Rama vindt het wel een uitdaging om iedereen met elkaar verbonden te houden door het thuiswerken. “We missen de sociale cohesie en die is ook belangrijk voor de vitaliteit. Onze OR heeft in april alle collega’s gebeld om te horen hoe het thuiswerken beviel, of ze ergens tegenaan liepen en hoe de ondersteuning vanuit LIOF werd ervaren. In oktober starten we met een nieuw talentontwikkelingsprogramma om te kijken hoe iedereen individueel, maar ook in teamverband zijn talenten verder kan ontwikkelen.”

Betrokken
De hr-manager is blij dat de organisatie zo goed scoort op het gebied van werknemerstevredenheid. “Als je kijkt naar LIOF als werkgever hebben wij bij lange na niet de financiële arbeidsvoorwaarden die een bank bijvoorbeeld kan bieden, maar we bieden wel een omgeving die stimuleert tot ontwikkelen, je krijgt zelfstandigheid om je klus te doen, het is heel afwisselend werk en mensen worden betrokken.”

Als tip geeft ze mee: ‘Doe alles wat je doet op het gebied van vitaliteit in overleg met je medewerkers. En denk niet meteen dat je ergens geen budget voor hebt. Vooral in deze tijd, waarin veel mkb-bedrijven aan het overleven zijn, moet je het klein houden. Kijk bijvoorbeeld naar trajecten met leasefietsen of naar bedrijfsfitness, wat je goedkoop kunt aanbieden. Je hoeft echt geen zak vol geld te hebben om te werken aan vitaliteit.”


Over LIOF
LIOF is de regionale ontwikkelingsmaatschappij van de Provincie Limburg, die de Limburgse economie versterkt én verduurzaamt. Dat doet de organisatie door start-ups, scale-ups en ondernemers in het mkb te ondersteunen met advies, financiering en toegang tot een uitgebreid netwerk. LIOF heeft in totaal zo’n vijftig werknemers op kantoren in Maastricht en Venlo.

Foto: Hugo Thomassen